Visie en missie

De missie van ons samenwerkingsverband is:  

Elk kind heeft een passende onderwijsplek,  zo thuisnabij als mogelijk is en  ontvangt de (extra) ondersteuning die het nodig heeft. 

Onze visie is uiteengezet in een aantal punten:

1. Het belang van het kind staat centraal
Vanuit de maatschappelijke opdracht van het SWV PO en SWV VO, stelt de organisatie en de aangesloten leden (schoolbesturen) het belang van het kind centraal in het beleid en de uitvoering van passend onderwijs. 

Het uitgangspunt van het samenwerkingsverband is de visie dat elk kind uniek is en beschikt over zijn of haar eigen talenten. De samenwerkende scholen hebben als taak een onderwijsleersituatie te creëren, waarin elk kind zich met zijn of haar gaven optimaal kan ontwikkelen.  We willen realiseren dat zoveel mogelijk van de in onze regio woonachtige leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken. Het samenwerkingsverband is erop gericht om onderwijs en de ondersteuning zoveel mogelijk naar de leerling te brengen in plaats van de leerling naar het onderwijs en de ondersteuning.  

2. Elk kind heeft een passende plek in het onderwijs
Dat wil zeggen dat elk kind van Goeree-Overflakkee waarmee het SWV en de scholen te maken hebben of krijgen, onderwijs volgt of gaat volgen op de school die past bij de mogelijkheden en talenten van het kind (en de keuze van de ouders), voor zover de school het onderwijs en de ondersteuning kan bieden die het kind nodig heeft.  
Verder betekent het dat het uitgangspunt is dat er geen thuiszittende leerlingen zijn.

3. Realiseren van de zorgplicht
Schoolbesturen hebben zorgplicht in het bieden van een passende plek voor een leerling.
Ouders melden hun kind aan bij de school van hun voorkeur. De school moet vervolgens een zo passend mogelijk aanbod doen op de eigen, een andere reguliere of een speciale (basis)school of (v)so school. De school onderzoekt adequaat of ze de leerling zelf de extra onderwijsondersteuning kan bieden, eventueel met extra ondersteuning vanuit het expertiseteam van het SWV, het SBO of speciaal onderwijs. Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden, dan moeten zij een passende plek op een andere reguliere of (voortgezette) speciale (basis)school regelen. Dat gebeurt in overleg met de ouders. 

4. Elk kind een optimale, doorgaande ontwikkeling
De school waar het kind onderwijs volgt, zorgt voor een optimale en doorgaande ontwikkeling bij elk kind. Dat betekent dat sprake is van een ononderbroken ontwikkelingslijn en leerlijnen voor elk kind. Dat betekent ook dat bij de overdracht naar een andere school een warme overdracht plaatsvindt, met als doel een goede aansluiting voor het kind op de volgende school. 

5. Hanteren van een standaard voor basisondersteuning 
Zowel het SWV PO als het SWV VO hanteert elk een standaard voor basisondersteuning. Deze standaard bevat ten minste de reguliere eisen die de inspectie in haar toezichtskader hanteert voor de ondersteuning die de school aan kinderen moet kunnen bieden. 

NB: Opgemerkt moet worden dat het SWV geen uitspraken doet of een rol heeft in het onderwijskundige concept en het onderwijskundig beleid van een school of schoolbestuur. Het SWV richt zich op een dekkend aanbod en op de extra ondersteuning die kinderen/jongeren of groepen kinderen/jongeren nodig hebben. 

6. Bieden van extra ondersteuning aan kinderen binnen de mogelijkheden van de school
Elke school werkt met een (wettelijk verplicht) schoolondersteuningsprofiel (SOP), dat ten minste een keer in de vier jaar door het bestuur wordt vastgesteld. De school geeft in dit schoolondersteuningsprofiel aan wat zij, bovenop de basisondersteuning, aan extra ondersteuning kan bieden aan kinderen. Ingeval van een arrangement bij extra ondersteuningsbehoefte wordt altijd een Ontwikkel Perspectief Plan (OPP) voor het kind opgesteld, in overleg en afstemming met ouders.

7. Samenwerking met partners
De SWV’n en de scholen gaan samenwerking aan met partners in en buiten het onderwijs als de ondersteuningsbehoefte van kinderen of jongeren daarom vraagt. Dat betekent dat samenwerking tussen reguliere basisscholen en SBO en SO plaatsvindt waar nodig en in VO tussen de reguliere scholen voor voortgezet onderwijs en de VSO scholen. Verder betekent het, waar nodig,  dat samenwerking en afstemming wordt gezocht met jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, gemeente inzake WmO, instanties AWBZ en GGZ.  

De gemeente heeft expliciet haar rol vanuit de jeugdwet. Daar waar vragen van kinderen schooloverstijgend zijn (opvoed- en opgroeivragen) en niet alleen het leren op school betreffen, is de samenwerking met de gemeente van belang in het bieden van zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen. 

8. Vraag gestuurd bundelen van expertise
De SWV’n bundelen expertise in een bovenschools, eilandbreed verband om scholen in het PO en VO te ondersteunen in de opvang en ondersteuning van kinderen en jongeren. De bundeling van expertise gebeurt vraaggericht, op basis van de behoeften die scholen hebben. De ondersteuningsbehoeften van scholen moeten sturend zijn voor wat het expertise centrum biedt.  

Daarbij is het leveren van expertise primair gericht op het handelen van de school, de leerkracht en/of het team. Bevorderen van de handelingsbekwaamheid van scholen is het doel en de focus, niet het (al dan niet curatief) uitvoerend aan het werk gaan met individuele leerlingen.  

Uitgangspunten voor het leveren van expertise:  
* snel 
* dichtbij 
* sensitief zijn op vragen 
* schakelen/makelen (juiste persoon of oplossing organiseren bij de vraag) 
* kosten efficiënt 
* multi-inzetbaar zijn als expert van het SWV 
* kennis delen